Behoefte aan een Joods Hospice

 

Na de Tweede Wereldoorlog is de Joodse gemeenschap in Nederland kwantitatief ingrijpend gewijzigd. De gevolgen zijn nog altijd voelbaar.

Op dit moment wonen circa 60.000 mensen in Nederland die in principe gebruik zouden kunnen maken van het Joods Hospice: 40.000 joden volgens de halachische definitie, 10.000 joodse Israëliërs en 10.000 vaderjoden en niet-joden die gedurende hun leven, bijvoorbeeld omdat zij joods getrouwd zijn, een sterke verwevenheid met het Jodendom hebben ontwikkeld. Van bovenstaande groepen woont circa 80% in de Randstad.

Volgens het demografische onderzoek onder de joden in Nederland (2000) is 21% van de joden ouder dan 65 jaar tegen 13% van de Nederlandse bevolking. Dit betekent concreet dat één op de vijf joden in Nederland ouder dan 65 jaar is. In de jaren 1946-1953 zijn veel joodse jongeren geëmigreerd waardoor de oudere generatie geneigd is tot vereenzaming. Volgens de statistieken zullen meer en meer mensen alleen (gaan) wonen. Verwacht wordt dan ook dat er een aanzienlijke behoefte zal zijn aan een joods hospice waar men joodse terminale patiënten in hun laatste levensfase kan verzorgen of tijdelijke opvang (respijt­zorg) kan bieden om de thuissituatie te ontlasten.

Zonder twijfel zal er ook van buiten Nederland belangstelling zal zijn voor opname in het hospice, bij voorbeeld door joden die in Nederland zijn opgegroeid maar die zijn geëmigreerd en van niet-Nederlandse joden die in een joods hospice willen sterven (Immanuel wordt het eerste joodse hospice in Europa).

De omvang van het hospice (zes bedden) is bepaald naar aanleiding van ervaringscijfers van andere Nederlandse hospices, toegesneden op de specifieke te verwachten belangstelling.